77% van de Nederlanders is de afgelopen niet overgestapt van internetprovider
Slechts 23 procent van de Nederlanders is de afgelopen drie jaar overgestapt naar een andere internetprovider. Dat blijkt uit onderzoek van vergelijkingssite Overstappen.nl. Vooral onder 55-plussers is overstappen een uitzondering: 84% van hen bleef bij dezelfde provider, tegenover 69% van de 18- tot 34-jarigen. Wie wel overstapt, doet dat als jongere meerdere keren: 11% van de jongste doelgroep wisselde in drie jaar tijd meer dan een keer van provider, tegenover slechts 2% van de 55-plussers.
De belangrijkste reden om niet over te stappen is voor alle leeftijdsgroepen hetzelfde: de verwachting dat het veel tijd en moeite kost. Van alle niet-overstappers noemt 41% dit als grootste zorg. Bij 55-plussers weegt dit argument nog wat zwaarder: 44% van hen noemt gedoe als reden om te blijven zitten waar ze zitten. Dit tegenover 37% van zowel de jongste groep als 35- tot 54-jarigen. Juist de groep die het minst overstapt, laat zich dus het sterkst afschrikken door een drempel die in de praktijk vaak meevalt.
De 35- tot 54-jarigen nemen een tussenpositie in: 30% van hen stapte de afgelopen drie jaar wel over, tegenover 31% van de 18- tot 34-jarigen en slechts 16% van de 55-plussers. Deze middengroep maakt zich het meest zorg over de kwaliteit van het internet na een overstap. Van alle respondenten noemt 28% dit als zorg, maar bij 35- tot 54-jarigen loopt dat op tot 32%, tegenover 26% van de jongste en 25% van de oudste groep. In de levensfase van de 35- tot 54-jarigen wonen vaak gezinnen die met meerdere apparaten tegelijk internetten en dus weinig ruimte hebben voor een haperende verbinding.
Angst voor onverwacht hoge kosten noemt 21% van alle respondenten als zorg. Dit speelt het meest bij de jongste groep: 24% van de 18- tot 34-jarigen noemt dit, tegenover 17% van de 35- tot 54-jarigen en 23% van de 55-plussers. Zorgen over een periode zonder internet (5,4% van alle respondenten) en over vastzitten aan een langlopend contract (eveneens 5,4%) spelen voor alle leeftijden een kleinere rol.
De belangrijkste reden om niet over te stappen is voor alle leeftijdsgroepen hetzelfde: de verwachting dat het veel tijd en moeite kost. Van alle niet-overstappers noemt 41% dit als grootste zorg. Bij 55-plussers weegt dit argument nog wat zwaarder: 44% van hen noemt gedoe als reden om te blijven zitten waar ze zitten. Dit tegenover 37% van zowel de jongste groep als 35- tot 54-jarigen. Juist de groep die het minst overstapt, laat zich dus het sterkst afschrikken door een drempel die in de praktijk vaak meevalt.
De 35- tot 54-jarigen nemen een tussenpositie in: 30% van hen stapte de afgelopen drie jaar wel over, tegenover 31% van de 18- tot 34-jarigen en slechts 16% van de 55-plussers. Deze middengroep maakt zich het meest zorg over de kwaliteit van het internet na een overstap. Van alle respondenten noemt 28% dit als zorg, maar bij 35- tot 54-jarigen loopt dat op tot 32%, tegenover 26% van de jongste en 25% van de oudste groep. In de levensfase van de 35- tot 54-jarigen wonen vaak gezinnen die met meerdere apparaten tegelijk internetten en dus weinig ruimte hebben voor een haperende verbinding.
Angst voor onverwacht hoge kosten noemt 21% van alle respondenten als zorg. Dit speelt het meest bij de jongste groep: 24% van de 18- tot 34-jarigen noemt dit, tegenover 17% van de 35- tot 54-jarigen en 23% van de 55-plussers. Zorgen over een periode zonder internet (5,4% van alle respondenten) en over vastzitten aan een langlopend contract (eveneens 5,4%) spelen voor alle leeftijden een kleinere rol.

Geen opmerkingen: