Ads Top

Software nog niet klaar voor IPv6

Uit onderzoek van SIG blijkt dat 1 op de 7 informatiesystemen die momenteel in gebruik zijn kunnen stoppen met werken na een overgang op versie 6 van het Internet Protocol. In 2010 was deze verhouding nog 1 op de 12. Dat betekent dat de kans op falen is toegenomen sinds 2010. In het onderzoek zijn 145 systemen betrokken die momenteel in West-Europa operationeel zijn. Gemiddeld kostten deze systemen € 3,4 miljoen in aanschaf.
In 2010 was de voorspelling dat het aantal IPv4 adressen op 18 januari 2012 zou zijn uitgeput. Nu zijn de schattingen aangepast. In Azië zijn de adressen al uitgeput terwijl voor Europa voorspeld wordt dat de voorraad halverwege 2012 op is1. De nieuwe versie van het Internet Protocol (versie 6) kan praktisch gezien een oneindig aantal computers aan elkaar verbinden en lost daarmee het probleem op. Organisaties moeten zich klaar maken om binnen de software en IT infrastructuur met beide protocolstacks te kunnen werken.
“In 2010 verwachtten we dat organisaties zouden werken aan projecten om over te gaan naar het nieuwe Internet Protocol. Echter tegen de verwachting in hebben we nu vastgesteld dat meer informatiesystemen dan in 2010 zouden kunnen stoppen met werken na migratie naar het nieuwe protocol,” zegt Tobias Kuipers, technisch directeur van SIG. “Deze systemen moeten worden aangepast om te kunnen werken met het nieuwe protocol. Bij tijdige aanpassing is dat relatief weinig werk. Als je pas tijdens de testfase of productiefase van het system ontdekt dat het systeem niet blijft werken en je moet dan een project starten om het systeem te repareren, kunnen de kosten oplopen tot € 1 miljoen per systeem.”
“Normaal gesproken hebben informatiesystemen geen kennis over welke versie van het Internet Protocol gebruikt wordt, net als het elektrische apparaten niet uitmaakt op wat voor manier de stroom die zij nodig hebben naar het stopcontact wordt getransporteerd”, zegt Joost Visser, directeur Research van SIG. “We hebben nu gevonden dat 1 op de 7 systemen gebruik maakt van specifieke onderdelen van het protocol. Daardoor kunnen deze informatiesystemen stoppen als ze moeten werken binnen een infrastructuur die werkt met beide protocollen. Gelukkig is dat gebruik van specifieke onderdelen niet noodzakelijk. Het is daarom redelijk eenvoudig als onderdeel van regulier onderhoud om de systemen aan te passen zodat het niet meer uitmaakt welke versie van het protocol gebruikt wordt.”

Geen opmerkingen:

Mogelijk gemaakt door Blogger.